Er zijn nog geen producten in uw winkelwagen.
Inlegzolen helpen bij drukplekken onder de bal van de voet, een doorgezakte voetboog, hielpijn en schoenen met een harde tussenzool. Ze lossen geen maatprobleem op: is de schoen te kort of te smal, dan maakt een zool het alleen erger. Haal altijd eerst de fabriekszool eruit voordat je een nieuwe erin legt, anders wordt de schoen een maat kleiner.
Wat een inlegzool wel doet
Een werkschoen is gebouwd rond bescherming. De tussenzool tegen doorboring en de stevige bodem maken de schoen stijf, en die stijfheid is precies wat je voet aan het eind van de dag voelt. Een goede zool legt een dempende en vormende laag tussen jou en die bodem.
Daarnaast verdeelt hij de druk. Loop je veel op beton, dan komt bij elke stap een piekbelasting op je hiel en de bal van je voet. Een zool met een gevormde hielkom en steun onder de voetboog spreidt die piek uit over een groter oppervlak.
Wat een inlegzool niet doet
Een zool corrigeert geen verkeerde maat. Zit je schoen te krap in de breedte, dan duwt een extra zool je voet juist verder omhoog tegen de veterpartij. Ook een hiel die blijft schuiven los je er zelden mee op, want dat is een kwestie van leestvorm.
Hetzelfde geldt voor echte medische klachten. Bij aanhoudende pijn in je knie, heup of onderrug is een zool uit de winkel hooguit een tijdelijke verzachting. Dan is een podotherapeut de juiste route, en die maakt een zool op maat van je voetafdruk.
De drie typen die je tegenkomt
- Comfortzolen: vlak of licht gevormd, vooral gericht op demping. Geschikt als je schoen goed past maar hard aanvoelt.
- Steunzolen: met een duidelijke boogsteun en hielkom. Bedoeld voor doorgezakte voetbogen en vermoeide voeten na lang staan.
- Zolen op maat: gemaakt door een podotherapeut naar aanleiding van een voetonderzoek. De duurste optie, en de enige die echt corrigeert.
Voor de eerste twee categorieën vind je het aanbod bij de inlegzolen voor werkschoenen, onderdeel van de accessoires.
Hoogte en volume
Zolen worden vaak aangeboden in een lage, middelhoge en hoge uitvoering. Dat slaat op de hoogte van de boogsteun, niet op de dikte. Een hoge boog past bij een holvoet, een lage bij een platte voet. Kies je te hoog, dan drukt de steun midden in je voetboog en voelt dat na een uur als een steen.
Let ook op het volume. In een lage schoen is minder ruimte dan in een hoog model. Wie een dikke zool in een strakke lage werkschoen legt, verliest ruimte over de wreef.
Hielpijn en hielspoor
Bij hielpijn en hielspoor is de combinatie van een gevormde hielkom en steun onder de voetboog het belangrijkst. De kom houdt het vetkussen onder je hiel op zijn plaats, de boogsteun vermindert de trek op de peesplaat die naar je hiel loopt.
Zit het probleem dieper, dan is een schoen die daar al op is ingericht een betere start dan een losse zool. Die modellen staan bij elkaar onder hielspoor schoenen.
Zo leg je een zool goed in
Haal de bestaande fabriekszool eruit. Leg hem op de nieuwe zool en teken de vorm over als de nieuwe groter is, en knip dan bij langs de teenrand. Knip nooit aan de hielzijde, want daar zit de vorm die het werk doet.
Controleer daarna of de zool plat ligt, zonder bobbel bij de teen. Loop er een dag mee en verwacht een gewenningsperiode van drie tot zeven dagen. Voelt het na een week nog verkeerd, dan is het type zool niet het juiste.
Antistatisch werk en metalen zolen
Werk je in een ESD-omgeving, let dan op wat je in je schoen legt. Een gewone schuimzool kan de geleidende werking van een antistatische schoen onderbreken, waardoor de lading niet meer naar de vloer kan weglopen. Voor die werkplekken bestaan geleidende inlegzolen, herkenbaar aan de vermelding ESD op de verpakking.
Iets vergelijkbaars geldt bij schoenen met een stalen tussenzool. Die zool zit onder de fabriekszool en blijft gewoon liggen als je hem vervangt, dus je bescherming tegen doorboring verandert niet. Wel merk je dat de stijve bodem elke oneffenheid doorgeeft, en dat is precies waar een dempende zool het meeste verschil maakt.
Levensduur en hygiëne
Een inlegzool is een slijtdeel. Bij dagelijks gebruik is zes tot twaalf maanden gebruikelijk. Zie je de vorm plat worden of de bekleding slijten, dan is de werking weg. Wissel bij intensief gebruik tussen twee paar zolen, zodat ze kunnen drogen.
Laat zolen nooit in een natte schoen zitten. Haal ze er aan het eind van de dag uit en laat ze apart drogen, samen met je werksokken. Dat verlengt de levensduur van de zool en van de werkschoen zelf.
Kan ik een inlegzool in elke werkschoen leggen?
In de meeste wel, zolang de fabriekszool los zit en eruit kan. Is de zool vastgelijmd, dan is er geen ruimte en gaat het ten koste van de pasvorm.
Hoe weet ik of ik een lage of hoge boogsteun nodig heb?
Maak een natte voetafdruk op een tegel. Zie je een brede, vrijwel volledige afdruk, dan past een lage steun. Blijft er een smalle band over aan de buitenkant, dan past een hoge.
Mag ik twee zolen op elkaar leggen?
Beter niet. De schoen wordt dan een maat kleiner en je wreef komt klem te zitten. Vervang in plaats daarvan de fabriekszool door één zool met het juiste volume.