Er zijn nog geen producten in uw winkelwagen.
De EN 388-code op een werkhandschoen bestaat uit vier cijfers en maximaal twee letters. De cijfers staan achtereenvolgens voor schuurvastheid (0 tot 4), snijweerstand met een ronddraaiend mes (0 tot 5), scheurkracht (0 tot 4) en prikbestendigheid (0 tot 4). De eerste letter geeft de snijweerstand volgens de nauwkeuriger ISO 13997-test (A tot F), de tweede letter P staat voor slagbescherming.
Hoe je de code op de rug leest
Onder het hamertje staat bijvoorbeeld 4X42C. Van links naar rechts: schuurvastheid 4, snijweerstand volgens de oude mestest niet van toepassing (X), scheurkracht 4, prikbestendigheid 2 en snijweerstand C volgens de moderne test.
Die X kom je vaker tegen en is geen slecht teken. Zodra een materiaal het ronddraaiende mes bot maakt, wordt de uitkomst onbetrouwbaar en vervalt die test. De letter is dan de waarde die telt. Bij glasvezel en staalvezel is dat vrijwel altijd het geval.
De letter is belangrijker dan het tweede cijfer
De oude mestest werkt met een licht gewicht en zegt weinig over echt snijgevaar. De ISO 13997-test drukt een recht mes met toenemende kracht door het materiaal en meet hoeveel newton daarvoor nodig is. A begint bij ongeveer 2 newton, F ligt boven 30 newton.
Werk je met plaatmateriaal, glas of messen, kijk dan naar die letter en niet naar het cijfer. Voor de meeste montage- en bouwklussen is C tot D ruim voldoende, voor plaatwerk en glas zit je eerder bij E of F. Het volledige aanbod staat in de categorie snijwerende handschoenen.
Materiaal bepaalt grip en gevoel
De coating aan de handpalm doet het meeste werk. Een paar veelgebruikte soorten:
- Nitril: goede grip op olie en vet, sterk tegen slijtage, de standaardkeuze voor montage.
- Polyurethaan: dun en gevoelig, ideaal voor klein werk waarbij je schroefjes moet pakken.
- Latex: veel grip op ruw en nat materiaal zoals steen en beton, maar minder bestand tegen olie.
- Leer: slijtvast en hittebestendig, met minder tastgevoel. Zie de leren werkhandschoenen.
Voor werk aan machines en voertuigen zijn monteurshandschoenen vaak de beste balans: genoeg bescherming op de rug van de hand, maar dun genoeg in de vingers om te voelen wat je doet.
Wanneer EN 388 niet genoeg is
EN 388 gaat alleen over mechanische risico's. Werk je met oplosmiddelen, zuren of loog, dan heb je een handschoen nodig die getest is volgens EN ISO 374, te vinden bij de chemische handschoenen. Voor kou geldt EN 511, met een eigen code van drie cijfers, terug te zien bij de thermo werkhandschoenen.
Die normen sluiten elkaar niet uit. Veel handschoenen dragen twee of drie pictogrammen tegelijk. Kijk dus altijd welke pictogrammen er staan en niet alleen naar het hamertje.
De letter P: bescherming tegen stoten
Staat er achter de snijletter nog een P, dan is de handschoen getest op slagbescherming. Op de rug van de hand en over de knokkels zit dan een laag schuim of kunststof die de klap van een terugslaande sleutel of een vallende buis opvangt. Dat is iets anders dan snijweerstand: een handschoen kan uitstekend snijwerend zijn en toch geen enkele stootbescherming bieden.
In de bouw, de offshore en bij demontagewerk is die P het overwegen waard. Bij fijn montagewerk juist niet, want de beschermlaag maakt de handschoen stugger en zwaarder.
Handschoenen bij draaiende machines
Er is één situatie waarin een handschoen het risico vergroot in plaats van verkleint: werken aan draaiende delen zoals een boor, een draaibank of een kolomboormachine. Blijft de stof haken, dan wordt je hand meegetrokken voordat je kunt reageren. Op die werkplekken is een handschoen vaak verboden, en dat is geen formaliteit.
Controleer dus altijd de werkinstructie van de machine. Heb je toch bescherming nodig tegen scherpe randen bij het opspannen van het werkstuk, trek de handschoen dan aan voor die handeling en uit voordat de machine draait.
Pasvorm en maat
Een te grote handschoen kost je meer dan comfort. Losse stof bij de vingertoppen verlaagt je grip, verhoogt de kans dat je iets laat vallen en kan blijven haken achter draaiende delen. Te krap is net zo min goed: dat vermoeit je hand en scheurt de coating sneller.
Meet de omtrek van je hand rond de knokkels, zonder je duim mee te nemen. Die omtrek in centimeters komt grofweg overeen met de maat: 20 centimeter is maat 8, 23 centimeter maat 9, 25 centimeter maat 10. Bij twijfel is de kleinste maat die je zonder spanning kunt sluiten de juiste.
Vervangen op tijd
Een handschoen met een scheur, een sleets geworden coating of een gerafelde vingertop beschermt niet meer op het niveau dat op de rug staat. Bij snijwerende handschoenen is dat extra belangrijk, want daar draagt het weefsel zelf de bescherming.
Voor verbruiksartikelen loont het om een vaste voorraad aan te houden in plaats van per paar bij te bestellen. Dat scheelt stilstand op de werkvloer. Het volledige overzicht staat in de categorie werkhandschoenen.
Wat betekent de X in een EN 388-code?
Dat de betreffende test niet is uitgevoerd of geen betrouwbare uitkomst gaf. Bij snijweerstand gebeurt dat als het materiaal het testmes bot maakt. De lettercode geeft dan de echte waarde.
Is een hoger cijfer altijd beter?
Niet per se. Een handschoen met hoge waarden op alles is vaak dik en stug, waardoor je klein werk slechter doet. Kies op het risico dat je daadwerkelijk loopt.
Mag ik snijwerende handschoenen wassen?
Meestal wel op dertig of veertig graden, maar controleer het label. Wassen verlengt de levensduur, al neemt de grip van de coating na een aantal wasbeurten iets af.